alles over het rijk van het midden

Ni Hao, Welkom bij deze club over het bijzondere China. Ik wil met jullie mijn interesse en informatie over China delen via deze club. top100nl88-02.jpg  Wel wil ik graag dat je via het forum een voorstelberichtje plaatst zodat ik weet wie de leden zijn. Hier onder zie je hoe laat het is in Beijing.naam+in+het+Chinees.jpg

54511.gif

  Welkom in het jaar van de draak!!!

Terracotta Warriors of Qin Shi Huang Mausoleum


De Hmong, Mong of Miao (Internationaal Fonetisch Alfabet: [m̥ɔ̃ŋ] soms ook wel Miao of Meo genoemd) zijn een Aziatisch volk dat voornamelijk in China, Vietnam en Laos leeft.Flower Hmong vrouw met kinderen

De oorsprong van dit volk ligt in het zuiden van China. Afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De meesten wonen in gebieden boven de 1000 meter op bergtoppen of heuvelruggen. Polygamie is toegestaan. De kleding is eenvoudig. Veelal worden zwarte jassen, zwarte pofbroeken en zilveren juwelen gedragen. De vrouwen dragen hun haar meestal in een knot. Een groot deel van de bevolking leeft van de ruilhandel, waarbij ijzer vaak dient als betaalmiddel. IJzer is een belangrijke grondstof voor het maken van kapmessen en eenvoudige geweren. Hmong in LaosDe voornaamste landbouwproducten zijn rijst, graan en opium.

Geschiedenis

Er wordt over het algemeen aangenomen dat de Hmong ongeveer in de 18e eeuw naar de gebieden buiten zuid China zijn getrokken. In de jaren zeventig van de vorige eeuw, tijdens de geheime oorlog in Laos, voerden de Hmong een bittere strijd voor hun bestaan tegen zowel de Pathet Lao als de overheid. Ze werden hierbij aangevoerd door de Hmong Generaal Vang Pao. Hun verzet werd voornamelijk gevoerd vanuit de provincie Xhieng Khuang. Financieel werden ze ondersteund door de CIA.

Na het verlies van de oorlog zijn veel Hmong naar Thailand gevlucht, van waaruit er 140.240 gerepatrieerd zijn naar andere landen, voornamelijk de Verenigde Staten. Tot in 2003 aan toe waren er nog Hmong guerrillagroepen in Laos. Nieuws over deze groepen raakt slechts langzaam bekend in de buitenwereld. In 2003 sloot de regering van Laos enkele Westerse journalisten en een Amerikaanse Hmong priester op die de rebellen bezocht hadden. Een paar weken later verscheen er een nieuwsreportage over het lot van de Hmongs die nog steeds in Saisombun, Laos vechten.

 Waar naartoe?Miao in de Autonome Hani en Yi Prefectuur Honghe, provincie Yunnan, China

In het begin van 2004 werd bekend gemaakt dat de regering van de Verenigde Staten had aangeboden om 14.000 van de overblijvende Hmong te repatriëren naar Amerika. Dit was niet de eerste keer dat dit werd aangeboden en de Thaise regering studeerde dan ook op alternatieven binnen Thailand zelf. Zo werd voorgesteld om ze naar een militair trainingskamp voor speciale oorlogvoering in de provincie Nakhon Ratchasima over te brengen. Het voordeel zou zijn dat dit gebied omgeven kon worden door hekken en in onbewoond gebied ligt, op ongeveer honderd kilometer van Pak Chong. Viceminister-president Generaal Chavalit had plannen gepresenteerd om ze te verplaatsen naar een kamp bij Baan Na Pho in Nakhon Phanom-provincie nabij de grens met Laos. De Laotiaanse regering diende hiertegen protest in, omdat zij de Hmongs zagen als een bedreiging van de staatsveiligheid. Generaal Vang Pao woont heden ten dage in de Verenigde Staten.

 Thailand

In Thailand is sinds 2003 nog een kamp met ca. 14.000 tot 20.000 Hmong vluchtelingen die nergens naartoe kunnen. Het kamp is bij Wat Tham Krabok in het Phra Buddhabart district in de provincie Saraburi. De Thaise regering heeft verscheidene pogingen gedaan om de Hmong te verdelen over het land, maar overal zijn er protesten van de lokale bevolking die aanvoeren dat de Hmong hun banen en land zullen afnemen en drugsmisbruik met zich meebrengen. Wat het niet makkelijker maakt is dat een gedeelte van de Hmongs claimt Thai te zijn een claim die ondersteund werd door de inmiddels overleden van de tempel, phra Chamroon Panchan. Volgens de monnik zijn deze Hmongs gekomen om hun familieleden te bezoeken of om van drugs af te kicken. De tempel is namelijk ook bekend als afkickcentrum. Wat de situatie verder bemoeilijkt is dat tot aan het einde van de jaren '90 van de 20e eeuw iedereen vrij was om te komen en gaan.

Veel van de problemen voor de Hmong en voor de bergvolken in het algemeen worden in Thailand veroorzaakt door de discriminatie van deze groepen. Door de meerderheid van de Thais worden ze gezien als onontwikkeld en veroorzakers van de drugsproblemen. De meeste lokale politici in de provincies waar de bergvolkeren wonen voeren vaak campagne tegen hun aanwezigheid en verspreiden allerlei vooroordelen over deze bevolkingsgroepen. Ze worden regelmatig van hun land verdreven en ook wordt het Thaise staatsburgerschap afgenomen. Het enige waarvoor de bergvolkeren vaak goed zijn is om te dienen als attractie voor toeristen.

De Thaise koning Bhumibol en zijn vrouw, koningin Sirikit, trekken zich het lot van de bergvolken aan en zijn projecten gestart om hen te steunen en om de vooroordelen binnen de Thaise bevolking weg te halen. Zo is de koning een onderzoeksproject gestart om te kijken welke groenten en vruchten er in de bergachtige gebieden van het noorden willen groeien en genoeg geld opbrengen voor de bevolking. Dit om de bergvolken over te halen te stoppen met het verbouwen van opium. Zo zijn er onder andere bloemen uit Nederland geïntroduceerd, maar ook appels, peren en aardbeien. Deze komen alle niet in Thailand voor en moesten geïmporteerd worden. In het voorjaar kan men nu echter verse aardbeien uit het noorden van Thailand op de markten van Bangkok vinden.

 Repatriëring

In 2008 leven ongeveer 8.000 Hmong vluchtelingen uit Laos in een Thais vluchtelingenkamp in de provincie Petchabun. De Verenigde Staten en andere landen hebben asiel verleend aan vluchtelingen, echter de Thaise overheid verstrekt geen exit-visa.

Mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International hebben kritiek op de behandeling van de Hmong in Thailand en Laos.[1] In Laos zijn er vele verslagen van martelingen, verkrachtingen en moorden. In Thailand worden de vluchtelingen niet voorzien van basisvoorzieningen, zoals een redelijk onderdak of schoon drinkwater. De overheden weigeren onafhankelijke toeschouwers toe te laten. Zo kan de repatriëring van de Hmong in de Laotiaanse maatschappij niet gecontroleerd worden, waardoor hun veiligheid ernstig gevaar loopt. De Thaise overheid laat tot nu toe geen vertegenwoordigers van UNHCR toe, waardoor de vluchtelingenstatus niet kan worden vastgesteld.

Laatste Forumreacties

moment..

door: www.Geledraak.nl

Het Drents Museum in Assen is er opnieuw in geslaagd een bijzondere Chinese culturele tentoonstelling van grote omvang te presemteren aan het publiek. 'De Gouden Eeuw van China' is de titel van de expositie van kunstvoorwerpen uit de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr) die te zien is van 17 november 2011 tot en met 15 april 2012.

De tentoonstelling laat bijzondere archeologische vondsten uit de Tang-dynastie zien.

Veel historici zien de Tang-dynastie als een van de hoogtepunten in de Chinese beschaving: de Gouden Eeuw van China, de bloeitijd van de Chinese cultuur in de 7e tot en met de 9e eeuw na Chr. Dankzij de handel van de zijderoute ontstond een open samenleving met grote rijkdom en tolerantie.

Chang'an (het huidige Xi'an) vormde het hart van het keizerrijk, de eerste stad in het oosten van waaruit de Zijderoute over het land liep als een levensader van cultuur, religie en handelswaar. De stad was de grootste en meest florerende Aziatische hoofdstad met op zeker moment een miljoen inwoners. Handelaren en kooplieden uit alle windstreken kwamen met luxe artikelen naar China. Nieuwe culturen en religies kwamen mee. Kleding en sieraden, gebruiksvoorwerpen, etherische oliën, voedingsmiddelen en wijn uit het buitenland waren zowel in de paleizen als bij een groot deel van de stadsbevolking populair. Kunst en literatuur bloeiden.

Expositie
Circa honderdtwintig voorwerpen van onder andere aardewerk, zilver, goud, glas en steen tonen het vakmanschap van de 'Gouden Eeuw' van China.
Er zijn uitzonderlijke terracottabeelden van mensen en dieren, geglazuurd in prachtige kleuren, en unieke wandschilderingen met de sfeer van het leven aan het Chinese hof. Prachtige kamelen met hun bagage, mooie vrouwen met ronde vormen, muzikanten op paarden die de bedrijvigheid van een wereldstad laten zien.

De voorwerpen zijn afkomstig uit het Beilin Museum, het Shaanxi Museum en het Xi'an Museum, alle in Xi'an. De tentoonstelling wordt vormgegeven door Atelier Hähnel-Bökens uit Dusseldorf.

Het Drents Museum is sinds vorig jaar augustus gesloten voor een grote verbouwing en de bouw van een nieuwe museumvleugel, ontworpen door architect Erick van Egeraat. 17 November 2011 gaat het museum weer voor het publiek open met een compleet nieuwe inrichting van alle collectiepresentaties, een nieuw Kindermuseum, een groter Museumcafé en een nieuwe Tentoonstellingszaal. In die laatste zaal zal De Gouden Eeuw van China te zien zijn.
de Gouden Eeuw van China
In 2008 had het Drents Museum een grote publiekstrekker met de expositie Go Assen, met originele beelden uit het Terracotta Leger van China's Eerste Keizer (zie archief).

Afbeelding: het beeldmerk van de expositie, beeldje in prachtig glazuur 

De Bai is een volkerengroep in de Chinese provincie Yunnan. Er zijn ongeveer 1,8 miljoen Bais (1.858.063 zijn er geteld in 2000). Ze behoren tot de best geïntegreerde minderheden in China. Aangezien ze geen eigen schrift hadden, gebruikten ze de Chinese karakters. Hun naam betekent 'wit' en ze noemen zichzelf 'sprekers van de witte taal'. Het is onduidelijk waar hun taal vandaan komt en waar het aan verwant is. Etnolinguïsten zijn er nog niet over uit of de taal verwant is aan het Tibetaans, Khmer, Thai of Chinees. Het waarschijnlijkst is wel dat hij tot de Tibeto-Birmaanse taalgroep behoort, maar sterke invloeden van de kant van het Chinees heeft ondergaan.Bai op de markt

Vijfhonderd jaar vormde hun hoofdstad Dali het machtscentrum van het koninkrijk Nan Chao, dat tot halverwege de 13de eeuw onafhankelijk bleef van de Chinese dynastieën. De geschiedenis van deze periode is goed gedocumenteerd, waar de Bais hun status als officieel erkende etnische groep aan te danken hebben.

De Bais leven langs de oevers van het Er Hai-meer, wat gebruikt wordt voor rijst- en koolzaadvelden. Vroeger waren voor de Bais de paarden het belangrijkste vervoersmiddel. Ze stonden bekend als fokkers van kleine, maar sterke pony's. Pas na de aanleg van de Birmaweg in de jaren '30 van de twintigste eeuw begon dit af te nemen. Nog steeds zijn paarden echter geliefd, wat te zien is aan de jaarlijks georganiseerde populaire paardenmarkt.

Het Yi-volk (een eigennaam in het Liangshan dialect: ꆈꌠ, officiële transcriptie: Nuosu, IPA: /nɔ̄sū/; de oudere naam "Lolo" wordt nu als kwetsend beschouwd) is een moderne etnische minderheid in China, Vietnam en Thailand. Hun aantal bedraagt ongeveer 6,6 miljoen. Hiermee vormt het Yi-volk de op-zes-na grootste van 55 etnische minderheden die officieel worden erkend door de Volksrepubliek China. Ze leven voornamelijk in de landelijke gebieden van Sichuan, Yunnan, Guizhou, and Guangxi, voornamelijk in bergachtige gebieden.

De Yi spreken Yi, een Tibeto-Birmaanse taal die verwant is aan het Birmees. Ze hebben een eigen syllabisch schrift.

Geschiedenis320px-Hua-Yao-Yi_1.JPG?uselang=nl

Volgens de legende stammen de Yi af van het oude Qiang-volk uit West-China. Van dit volk wordt verhaald dat ze ook de voorouders zijn van de Tibetanen, de Naxi en de Qiang. Ze migreerden vanuit Zuidoost-Tibet naar Sichuan en Yunnan, waar de grootste populaties tegenwoordig kunnen worden aangetroffen.

De religie van de Yi is een vorm van animisme en wordt geleid door een sjamaan (een soort priester), die bekend staat als de Bimaw. Er bestaan nog enkele oude religieuze teksten die zijn geschreven in een eigen, unieke pictografische schrift. De religie van de Yi bevat ook veel elementen uit het daoïsme en het boeddhisme.

Veel Yi in het noordwesten van Yunnan hebben een ingewikkelde vorm van slavernij. Mensen werden onderverdeeld in de nuohuo of zwarte Yi, de edelen, en de qunuo of witte Yi, het gewone volk. Witte Yi en mensen van andere etnische minderheden werden gehouden als slaven. Hogere slaven mochten op hun eigen land werken, zelf slaven houden en konden uiteindelijk hun vrijheid kopen.

Nieuwste Leden

  • henk1945
  • baduhenna
  • alexbouland
  • corries22
  • duifje8610
  • fluffiec

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan:


Aanbevelingen door leden:

Susan- starstarstarstarstar

Dit is een geweldige club voor China lief hebbers.