Ni Hao, Welkom bij deze club over het bijzondere China. Ik wil met jullie mijn interesse en informatie over China delen via deze club.
Wel wil ik graag dat je via het forum een voorstelberichtje plaatst zodat ik weet wie de leden zijn. Hier onder zie je hoe laat het is in Beijing.![]()

Welkom in het jaar van de draak!!!
Terracotta Warriors of Qin Shi Huang Mausoleum
De Hmong, Mong of Miao (Internationaal Fonetisch Alfabet: [m̥ɔ̃ŋ] soms ook wel Miao of Meo genoemd) zijn een Aziatisch volk dat voornamelijk in China, Vietnam en Laos leeft.![]()
De oorsprong van dit volk ligt in het zuiden van China. Afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De meesten wonen in gebieden boven de 1000 meter op bergtoppen of heuvelruggen. Polygamie is toegestaan. De kleding is eenvoudig. Veelal worden zwarte jassen, zwarte pofbroeken en zilveren juwelen gedragen. De vrouwen dragen hun haar meestal in een knot. Een groot deel van de bevolking leeft van de ruilhandel, waarbij ijzer vaak dient als betaalmiddel. IJzer is een belangrijke grondstof voor het maken van kapmessen en eenvoudige geweren.
De voornaamste landbouwproducten zijn rijst, graan en opium.
Geschiedenis
Er wordt over het algemeen aangenomen dat de Hmong ongeveer in de 18e eeuw naar de gebieden buiten zuid China zijn getrokken. In de jaren zeventig van de vorige eeuw, tijdens de geheime oorlog in Laos, voerden de Hmong een bittere strijd voor hun bestaan tegen zowel de Pathet Lao als de overheid. Ze werden hierbij aangevoerd door de Hmong Generaal Vang Pao. Hun verzet werd voornamelijk gevoerd vanuit de provincie Xhieng Khuang. Financieel werden ze ondersteund door de CIA.
Na het verlies van de oorlog zijn veel Hmong naar Thailand gevlucht, van waaruit er 140.240 gerepatrieerd zijn naar andere landen, voornamelijk de Verenigde Staten. Tot in 2003 aan toe waren er nog Hmong guerrillagroepen in Laos. Nieuws over deze groepen raakt slechts langzaam bekend in de buitenwereld. In 2003 sloot de regering van Laos enkele Westerse journalisten en een Amerikaanse Hmong priester op die de rebellen bezocht hadden. Een paar weken later verscheen er een nieuwsreportage over het lot van de Hmongs die nog steeds in Saisombun, Laos vechten.
In het begin van 2004 werd bekend gemaakt dat de regering van de Verenigde Staten had aangeboden om 14.000 van de overblijvende Hmong te repatriëren naar Amerika. Dit was niet de eerste keer dat dit werd aangeboden en de Thaise regering studeerde dan ook op alternatieven binnen Thailand zelf. Zo werd voorgesteld om ze naar een militair trainingskamp voor speciale oorlogvoering in de provincie Nakhon Ratchasima over te brengen. Het voordeel zou zijn dat dit gebied omgeven kon worden door hekken en in onbewoond gebied ligt, op ongeveer honderd kilometer van Pak Chong. Viceminister-president Generaal Chavalit had plannen gepresenteerd om ze te verplaatsen naar een kamp bij Baan Na Pho in Nakhon Phanom-provincie nabij de grens met Laos. De Laotiaanse regering diende hiertegen protest in, omdat zij de Hmongs zagen als een bedreiging van de staatsveiligheid. Generaal Vang Pao woont heden ten dage in de Verenigde Staten.
In Thailand is sinds 2003 nog een kamp met ca. 14.000 tot 20.000 Hmong vluchtelingen die nergens naartoe kunnen. Het kamp is bij Wat Tham Krabok in het Phra Buddhabart district in de provincie Saraburi. De Thaise regering heeft verscheidene pogingen gedaan om de Hmong te verdelen over het land, maar overal zijn er protesten van de lokale bevolking die aanvoeren dat de Hmong hun banen en land zullen afnemen en drugsmisbruik met zich meebrengen. Wat het niet makkelijker maakt is dat een gedeelte van de Hmongs claimt Thai te zijn een claim die ondersteund werd door de inmiddels overleden van de tempel, phra Chamroon Panchan. Volgens de monnik zijn deze Hmongs gekomen om hun familieleden te bezoeken of om van drugs af te kicken. De tempel is namelijk ook bekend als afkickcentrum. Wat de situatie verder bemoeilijkt is dat tot aan het einde van de jaren '90 van de 20e eeuw iedereen vrij was om te komen en gaan.
Veel van de problemen voor de Hmong en voor de bergvolken in het algemeen worden in Thailand veroorzaakt door de discriminatie van deze groepen. Door de meerderheid van de Thais worden ze gezien als onontwikkeld en veroorzakers van de drugsproblemen. De meeste lokale politici in de provincies waar de bergvolkeren wonen voeren vaak campagne tegen hun aanwezigheid en verspreiden allerlei vooroordelen over deze bevolkingsgroepen. Ze worden regelmatig van hun land verdreven en ook wordt het Thaise staatsburgerschap afgenomen. Het enige waarvoor de bergvolkeren vaak goed zijn is om te dienen als attractie voor toeristen.
De Thaise koning Bhumibol en zijn vrouw, koningin Sirikit, trekken zich het lot van de bergvolken aan en zijn projecten gestart om hen te steunen en om de vooroordelen binnen de Thaise bevolking weg te halen. Zo is de koning een onderzoeksproject gestart om te kijken welke groenten en vruchten er in de bergachtige gebieden van het noorden willen groeien en genoeg geld opbrengen voor de bevolking. Dit om de bergvolken over te halen te stoppen met het verbouwen van opium. Zo zijn er onder andere bloemen uit Nederland geïntroduceerd, maar ook appels, peren en aardbeien. Deze komen alle niet in Thailand voor en moesten geïmporteerd worden. In het voorjaar kan men nu echter verse aardbeien uit het noorden van Thailand op de markten van Bangkok vinden.
In 2008 leven ongeveer 8.000 Hmong vluchtelingen uit Laos in een Thais vluchtelingenkamp in de provincie Petchabun. De Verenigde Staten en andere landen hebben asiel verleend aan vluchtelingen, echter de Thaise overheid verstrekt geen exit-visa.
Mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International hebben kritiek op de behandeling van de Hmong in Thailand en Laos.[1] In Laos zijn er vele verslagen van martelingen, verkrachtingen en moorden. In Thailand worden de vluchtelingen niet voorzien van basisvoorzieningen, zoals een redelijk onderdak of schoon drinkwater. De overheden weigeren onafhankelijke toeschouwers toe te laten. Zo kan de repatriëring van de Hmong in de Laotiaanse maatschappij niet gecontroleerd worden, waardoor hun veiligheid ernstig gevaar loopt. De Thaise overheid laat tot nu toe geen vertegenwoordigers van UNHCR toe, waardoor de vluchtelingenstatus niet kan worden vastgesteld.
Laatste forumberichten
| door: www.Geledraak.nl | |
Het Drents Museum in Assen is er opnieuw in geslaagd een bijzondere Chinese culturele tentoonstelling van grote omvang te presemteren aan het publiek. 'De Gouden Eeuw van China' is de titel van de expositie van kunstvoorwerpen uit de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr) die te zien is van 17 november 2011 tot en met 15 april 2012. De tentoonstelling laat bijzondere archeologische vondsten uit de Tang-dynastie zien. Veel historici zien de Tang-dynastie als een van de hoogtepunten in de Chinese beschaving: de Gouden Eeuw van China, de bloeitijd van de Chinese cultuur in de 7e tot en met de 9e eeuw na Chr. Dankzij de handel van de zijderoute ontstond een open samenleving met grote rijkdom en tolerantie. Chang'an (het huidige Xi'an) vormde het hart van het keizerrijk, de eerste stad in het oosten van waaruit de Zijderoute over het land liep als een levensader van cultuur, religie en handelswaar. De stad was de grootste en meest florerende Aziatische hoofdstad met op zeker moment een miljoen inwoners. Handelaren en kooplieden uit alle windstreken kwamen met luxe artikelen naar China. Nieuwe culturen en religies kwamen mee. Kleding en sieraden, gebruiksvoorwerpen, etherische oliën, voedingsmiddelen en wijn uit het buitenland waren zowel in de paleizen als bij een groot deel van de stadsbevolking populair. Kunst en literatuur bloeiden. Expositie Het Drents Museum is sinds vorig jaar augustus gesloten voor een grote verbouwing en de bouw van een nieuwe museumvleugel, ontworpen door architect Erick van Egeraat. 17 November 2011 gaat het museum weer voor het publiek open met een compleet nieuwe inrichting van alle collectiepresentaties, een nieuw Kindermuseum, een groter Museumcafé en een nieuwe Tentoonstellingszaal. In die laatste zaal zal De Gouden Eeuw van China te zien zijn. Afbeelding: het beeldmerk van de expositie, beeldje in prachtig glazuur |
De Bai is een volkerengroep in de Chinese provincie Yunnan. Er zijn ongeveer 1,8 miljoen Bais (1.858.063 zijn er geteld in 2000). Ze behoren tot de best geïntegreerde minderheden in China. Aangezien ze geen eigen schrift hadden, gebruikten ze de Chinese karakters. Hun naam betekent 'wit' en ze noemen zichzelf 'sprekers van de witte taal'. Het is onduidelijk waar hun taal vandaan komt en waar het aan verwant is. Etnolinguïsten zijn er nog niet over uit of de taal verwant is aan het Tibetaans, Khmer, Thai of Chinees. Het waarschijnlijkst is wel dat hij tot de Tibeto-Birmaanse taalgroep behoort, maar sterke invloeden van de kant van het Chinees heeft ondergaan.![]()
Vijfhonderd jaar vormde hun hoofdstad Dali het machtscentrum van het koninkrijk Nan Chao, dat tot halverwege de 13de eeuw onafhankelijk bleef van de Chinese dynastieën. De geschiedenis van deze periode is goed gedocumenteerd, waar de Bais hun status als officieel erkende etnische groep aan te danken hebben.
De Bais leven langs de oevers van het Er Hai-meer, wat gebruikt wordt voor rijst- en koolzaadvelden. Vroeger waren voor de Bais de paarden het belangrijkste vervoersmiddel. Ze stonden bekend als fokkers van kleine, maar sterke pony's. Pas na de aanleg van de Birmaweg in de jaren '30 van de twintigste eeuw begon dit af te nemen. Nog steeds zijn paarden echter geliefd, wat te zien is aan de jaarlijks georganiseerde populaire paardenmarkt.
Het Yi-volk (een eigennaam in het Liangshan dialect: ꆈꌠ, officiële transcriptie: Nuosu, IPA: /nɔ̄sū/; de oudere naam "Lolo" wordt nu als kwetsend beschouwd) is een moderne etnische minderheid in China, Vietnam en Thailand. Hun aantal bedraagt ongeveer 6,6 miljoen. Hiermee vormt het Yi-volk de op-zes-na grootste van 55 etnische minderheden die officieel worden erkend door de Volksrepubliek China. Ze leven voornamelijk in de landelijke gebieden van Sichuan, Yunnan, Guizhou, and Guangxi, voornamelijk in bergachtige gebieden.
De Yi spreken Yi, een Tibeto-Birmaanse taal die verwant is aan het Birmees. Ze hebben een eigen syllabisch schrift.
Volgens de legende stammen de Yi af van het oude Qiang-volk uit West-China. Van dit volk wordt verhaald dat ze ook de voorouders zijn van de Tibetanen, de Naxi en de Qiang. Ze migreerden vanuit Zuidoost-Tibet naar Sichuan en Yunnan, waar de grootste populaties tegenwoordig kunnen worden aangetroffen.
De religie van de Yi is een vorm van animisme en wordt geleid door een sjamaan (een soort priester), die bekend staat als de Bimaw. Er bestaan nog enkele oude religieuze teksten die zijn geschreven in een eigen, unieke pictografische schrift. De religie van de Yi bevat ook veel elementen uit het daoïsme en het boeddhisme.
Veel Yi in het noordwesten van Yunnan hebben een ingewikkelde vorm van slavernij. Mensen werden onderverdeeld in de nuohuo of zwarte Yi, de edelen, en de qunuo of witte Yi, het gewone volk. Witte Yi en mensen van andere etnische minderheden werden gehouden als slaven. Hogere slaven mochten op hun eigen land werken, zelf slaven houden en konden uiteindelijk hun vrijheid kopen.
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Inside the Forbidden City
De Yao (Chinees: 瑶族; pinyin: Yáozú; Vietnamees: người Dao) zijn een volk in China en Vietnam, en ook verspreid in Laos, Thailand en Myanmar. Het volk is een van de 56 officieel erkende etnische groepen in China. Ze spreken verschillende Miao-Yaotalen en Tai-Kadai talen, afhankelijk van het gebied waar ze wonen.
De oorsprong van de Yao, kan tot meer dan 2000 jaar terug worden getraceerd naar het noorden van China. Tussen de 15e en 19e eeuw, migreerden de Yao naar het Vietnam, Thailand en de hooglanden van Laos, als gevolg van de opiumhandel en onrust in het zuiden van China. Vanwege goede banden met de VS, in de Laotiaanse Burgeroorlog, werd na afloop van deze oorlog de bevolking een mikpunt van de overheid. Veel Yao vluchtten daardoor naar Thailand, waar ze in kampen leven aan de grens met Laos. Een ander deel van de bevolking kwam via Thailand in Amerika terecht, waar ze voornamelijk in steden langs de westkust wonen.
De Dong is een volkerengroep in China. Men leeft langs de grens van de Zuid-Chinese provincies Guangxi, Hunan en Guizhou. Er zijn ongeveer 3 miljoen Dongs en de Dongs zijn één van de officiële minderheden in China. Ze worden beschouwd als de meest noordoostelijke van de Thai-volken. Men spreekt de Thaise taal, die vijftien klanken kent en als één van de moeilijkst uitspreekbare talen ter wereld geldt.
Volgens traditie planten de Dongs bij de geboorte van een zoon of dochter een dennenbosje, waarmee het kind later zijn of haar eigen huis kan bouwen. De Dongs houden niet alleen rekening met privégebouwen, die gewoonlijk uit twee verdiepingen bestaan, maar ook met openbare gebouwen en projecten. Elk oord van omvang heeft wel een of meerdere hoge trommeltorens. Met hun overhangende rijkversierde pannendaken doen ze sterk aan pagoden denken. De dakranden zijn beschilderd met mythologische taferelen en alledaagse zaken als koken, weven, jagen, landbewerking en het bespelen van muziekinstrumenten. Sculpturen van vogels en dieren versieren de daken. Uit de verte lijken de torens nogal op sparren, door de Dongs als heilige bomen beschouwd.![]()
Vroeger werd de grote trom die boven in de torens hangt gebruikt om te waarschuwen voor gevaar, nu wordt hij gebruikt om op te roepen om naar feesten of vergaderingen te komen. Men bouwt ook sierlijke 'wind-en-regenbruggen'. Hierop werden kleine pagoden gebouwd, soms wel vijf. Oorspronkelijk was het bedoeld om weerstand te bieden tegen regen en wind, tegenwoordig is het echter alleen nog voor de sier.

Twitter: geledraak.nl
De Naxi (Vereenvoudigd Chinees: 纳西族; pinyin: Nàxīzú;) zijn een volk dat leeft in de provincie Yunnan in de China. Het volk wordt erkend als een van de 56 officieel erkende etnische groepen in China. Behalve in Yunnan woont ook een klein deel van het volk in de provincie Sichuan.
De Chinese overheid rekent de Mosuo tot hetzelfde volk als de Naxi. Ze hebben dezelfde oorsprong en de talen zijn
nagenoeg gelijk. Alleen in cultureel opzicht zijn er verschillen, omdat de Naxi vooral door de Han-Chinezen zijn beïnvloed en de Musou voornamelijk door de Tibetanen.
De Naxi zijn afkomstig van het Tibetaanse plateau en stammen vermoedelijk af van de nomadische Qiang. Tijdens de Sui en Tang-dynastie waren ze bekend als de Mosha-yi of Moxie-yi. Pas tijdens het Communisme veranderden ze hun naam in Naxi, wat "Mensen die de zwarte dingen van de natie aanbidden" betekent.
Het Pumi volk (eigenbenaming: /phʐẽmi/) is een officiële etnische minderheidsgroep in China.
Het Pumi volk is gerelateerd aan de Qiang en bestaat uit ongeveer 50.000 personen, waarvan 30.000 in de provincie Yunnan en 20.000 in de provincie Sichuan.
De Pumi taal behoort tot de Tibeto-Birmaanse talen. In het verleden werd het Tibetaans schrift gebruikt voor voornamelijk religieuze doeleinden, maar tegenwoordig wordt voornamelijk het Chinees schrift of het Latijns alfabet gebruikt. De godsdienst is voornamelijk animistisch en wordt Zanbala genoemd. Ook de gelug- en kagyüsektes van het Tibetaans boeddhisme komen vaak voor.
De Pumi hebben de langste geschiedenis van de minderheidsgroeperingen in China. Het volk was oorspronkelijk nomadisch en leefde op het Tibetaans Hoogland. Tijdens de 4e eeuw v.Chr. verhuisden ze naar de warmere gebieden in de Hengduan bergen.
Vervolgens verhuisde het volk in de 7e eeuw naar het noorden van Sichuan en in de 14e eeuw naar het noordwesten van Yunnan. Velen werden boeren en de lokale landeigenaren domineerden de economie in de Lanping en Lijiang gemeentes. De Pumi landheren en Nakhi stamhoofden waren ook actief in slavenhandel. Pas tijdens de Culturele Revolutie verloren de landheren hun macht
De Lahu zijn een zogenaamd 'minderheidsvolk' (shaoshu minzu) in China, een van de 56 officieel erkende etnische groepen in China. Behalve in China leven de Lahu ook in Myanmar, Thailand, Laos en Vietnam. Naar schatting zijn er ruim 700 duizend Lahu, waarvan ongeveer twee derde in de provincie Yunnan in China leeft. Ongeveer 150 duizend wonen er in Myanmar en naar schatting tussen de 50 en 100 duizend in Thailand.![]()
De Lahu leven in het zuidoosten van China, in de provincie Yunnan en in de aangrenzende gebieden in de buurlanden. In Thailand vormen ze een van de zes bergvolkeren
Deze week jarig
Geen jarigen deze week.
